donderdag 25 april 2013

Scheuren


Natuurlijk weet ik wel dat het de bedoeling is dat je baby’s zelfstandig maakt, dat ze opgroeien tot zelfdenkende en zelfbeslissende mensen.
Je klapt in je handen bij de eerste stapjes en je juicht bij de eerste woordjes. Het potje maakt plaats voor een heuse wc-bril en de step wordt ingeruild voor een roze fietsje. Niets op aan te merken, toch?.

Maar toen ze 4 jaar werd, kwam er al een ommekeer in mijn opvoedplan. Mijn kleine meid vond steeds vaker op eigen houtje haar weg.  Zelf jas aandoen, zelf de klas inlopen, zelf naar een kinderfeestje. Ze had mij niet meer zo nodig, hooguit voor een pleister of een veilige plek in bed als ‘s nachts de droomdraak  langskwam.
En dan heb ik het nog niet over de crisisjaren, vanaf een jaar of vijftien. Alleen in de nacht op de fiets naar huis, alleen kiezen voor een school, een vriendengroep, een leven. Maar goed, het was toch ook de bedoeling dat ze zelfdenkend zou worden?

Opvoeden is loslaten, zei een vriendin. Los-scheuren zal ze bedoelen. Ik ben een angsthaas wanneer het mijn kinderen betreft. Het is dat ik ze niet aan de keukentafel mag vastbinden van de kinderbescherming, maar in gedachten liggen ze vast aan een ketting van waarschuwingen, goede raad en ‘hoe-haal-je-het-in-je-hoofd!’ schreeuwen.

Inmiddels is dochterlief  eigenwijs en overmoedig, dus ik zou moeten concluderen dat de opvoeding is geslaagd. Het kind is zelfstandig en naar ik hoop ook volwassen; project is Af.
Maar sinds zij besloten heeft, en notabene al geboekt heeft, voor een reis naar India, in haar uppie, lig ik weer ouderwets wakker en zie haar in gedachten al in die ene bus, bij die ene groep mannen, zich verweren tegen alle handtastelijkheden. En dan heb ik het nog niet eens over diarree, tyfus en HIV.
Maar goed, ze gaat toch en ik ben diep van binnen ook apetrots op die kleine grote meid.

©irma 2013


donderdag 14 maart 2013

onze Frans


Het lijkt me een leuke man. Hij stond daar zo verlegen in zijn witte jurk te zwaaien naar al die piepkleine, enthousiaste  mensen op het plein. Naast hem stonden ernstige roodgemutste mannen, waarbij onze nieuwe paus extra ontspannen contrasteerde. ‘Broeders en zusters, goedenavond’, zei hij. Dat was goed getimed. Eerst had hij alleen maar gestaan, toen even gezwaaid, daarna had hij weer lang staan kijken, alsof hij het zelf nog niet geloven kon dat hij daar werkelijk zo pontificaal stond te staan. In al zijn eenvoud maakte hij contact met de buitenwereld, door eerst maar eens gewoon gedag te zeggen. Dat moment was goud waard. Daarmee had hij mij al voor zich gewonnen. 
En dan die naam, zeg maar Frans(iscus), en dat hij in een gewoon huis woont, gewoon zelf kookt en gewoon met de bus gaat…Het was bijna een Jan Klaassen en Katrijn voorstelling. Of kwam dat door die gordijnen, die zo theatraal gedrapeerd zorgden voor het poppenkast effect? Ik riep hem nog toe ‘Kijk uit! Pas op voor de heks!’, maar het was al te laat. Achter de schermen waren de journalisten en andere –isten al druk aan het googlen; zij spitten net zo lang in zijn verleden tot er stront naar boven kwam drijven. Ze vonden een foto van onze Frans met Videla, een financieel onderonsje met Maxima, een negatieve uitspraak over homo’s en er zal nog wel meer gevonden worden.
Maar ik vind hem leuk. Net zoals ik prins Claus sympathiek vond toen hij demonstratief zijn stropdas weggooide en koningin Juliana vond ik ook een lekker gek mens, zo gewoon, bescheiden en toegankelijk.
Dus kinderen, als we weer naar een voorstelling van de paus gaan kijken, dan roepen we eerst allemaal heel hard ‘Franciscus, Franciscus!’, en als hij dan tevoorschijn komt dan klappen we voor hem. Afgesproken? 

zaterdag 22 september 2012

hieperdepiep


Het zou een prachtige dag kunnen worden. Alles is er: augustuszon, spannend boek, koffie en een zachte stoel. De achtertuin wenkt mij. Nauwelijks heb ik mij geïnstalleerd of een luide telefoontune  klinkt over de heg. Daarna hoor ik de wat lijzige stem van de buurvrouw: ‘Ja, dank je wel. Nou, heerlijk hè? Ja, die komen straks ook. Nou, goh, leuk dat je even belde.’
Ik lees verder en probeer me af te sluiten voor de geluiden om mij heen. Dat gaat goed totdat de kleinkinderen van de buurvrouw zich met een luid ‘lang zal ze leven’ aankondigen. Vanaf dat moment vult haar tuin zich met een groeiend aantal verjaardagsgasten.
‘Hallo, daar zijn we dan,’ hoor ik een mannenstem zeggen.
‘Ta-tata…waar is de jarige Job?’ vraagt een vrouw met een Duits accent.
‘Lang zal ze leven,’ zingt iemand vanaf een verre straathoek.
Het belooft daar een gezellige middag te worden, met veel harde stemmen want de buurman hoort niet meer zo goed. Met enig fanatisme roer ik in mijn koffie en dwing mijzelf om me niet te ergeren aan de verstoorde zondagsrust. Die ene alinea kan ik toch gewoon nog een keer lezen?
-Hoe oud ben je nou?
-83
-Oh, 83. Ik dacht 84. Hoor je dat Juul? Ze is pas 83.
-Wat zeg je?
-Ze is pas 83.
-Oh, 83. Ik dacht 84.
Ondertussen is de zoon in gesprek met de vader. Ik herken zijn stem. Hij vertelt over zijn tocht met een luchtballon. ‘Je gaat omhoog. Net als in een lift. En dan ga je over de tuinen en dan zie je de mensen zitten.’
‘Is dat niet eng?’, vraagt vader.
‘Nee, het is net als in een lift. Je gaat heel rustig omhoog en dan zo over de tuinen en dan zie je de mensen zitten.’
‘Niks voor mij.’
‘Als jij je weer beter voelt dan gaan we samen een keer.’
‘Niks voor mij,’ zegt de vader.
De buurman van een paar huizen verderop komt langs. ‘Volgens mij is er hier iemand jarig’, schreeuwt hij over iedereen heen. Hoe raadt hij het zo?
‘Wilt u auch taart?’,vraagt de vrouw met het Duitse accent. Ja, hij wil wel taart.
 -Nee, de buurvrouw is geen 84.
-Ja, een ballonvaart is heel leuk en niet eng.
-Ja, ik ook graag taart. Niet zo’n groot stuk hoor.
-En heb je al gehoord dat onze Henk weer uit het ziekenhuis is?
-O ja? Hoe oud is Henk eigenlijk?
-86.
-Oh, 86?
-Ja, 86.
-Wie lust er nog een stukje taart?
Iedereen praat nu door elkaar en met enige regelmaat voegen zich nieuwe gasten aan het gezelschap toe. ‘Lang zal ze leven’ en ‘Hieperdepiep hoera’ schalt herhaaldelijk over de heg. Na de zesde aubade zingt er niemand meer mee en de nieuwkomer hieperdepiept zelf maar wat in het wilde weg.
Hoe vaak kun je een alinea opnieuw lezen zonder dat de ergernis de concentratie onmogelijk maakt?  Na drie keer is mijn geduld op. Het is inmiddels half 12 en ik klap het boek dicht. Binnen is het koel en stil. Ik installeer mij op de bank met een bakkie troost. Het had zo’n mooie dag kunnen zijn…

dinsdag 5 juni 2012

'Succes met je schrijfleven en met je gewone leven!'

1 juni: we gaan helemaal naar Amsterdam. Prachtige dag voor een snufje cultuur geserveerd op een bedje van zonneschijn. In de Nes moeten we zijn. Dat alleen al maakt mijn dag goed. Wij hebben hier in Boxtel een Molenstraat en een Stationsstraat. Geen Nes. Waar komt dat vandaan, dat woord Nes?
Enfin, wij lopen daar die smalle straat in, krijgen een felgroen polsbandje om en laten ons leiden door een vleugje jazzmuziek. Boeken en jazz, dat schijnt een goed huwelijk te zijn.
Voor de Brakke Grond (wij hebben in Vught 'de Speeldoos') zit het grote grijze volk, met  40+dames ruim in de meerderheid.  Binnen openen Esther Gerritsen en A.L. Snijders het VPRO Boekenfestival met een praatje, een verhaal en een gedicht. We kunnen beginnen!
Ik wil alles en overal en altijd en iedereen 'doen'.  Dat wordt lastig want een strak programma met overlappende onderdelen op verschillende locaties dwingt mij tot kiezen. We trekken eerst nog uit een jukebox een 80-woorden verhaal. Even hoop ik dat ik mijn eigen inzending uit de la zal vissen, maar helaas,  het is een ander kort verhaal. Verderop lezen we een waslijn vol mooie zinnen en gluren in de piepkleine studio's waar geselecteerde bezoekers een verhaal mogen voorlezen. Nu even flink de pas erin zetten want we moeten naar de Engelenbak waar de prijsuitreiking zal zijn van de '80-woorden wedstrijd'. Wij vinden dat Linda zou moeten winnen, maar wij hebben niets te vertellen. Aan het eind van het feestje wenst de presentatrice ons 'Succes met je schrijfleven en met je gewone leven'. Daar kan ik nog dagenlang mee bezig zijn. Ik kauw de zin langzaam en proef de schijnbare tegenstelling en slik hem beetje bij beetje door. Dat krijg je van al dat literaire voer.

Zeer Korte Verhalen schrijven valt niet mee maar gelukkig krijgen we een workshop van A.L.Snijders; het opperhoofd van dit genre in hoogst eigen(aardig) persoon. Vanonder zijn royaal bemeten wenkbrauwen kijkt hij ons geamuseerd aan. Hij heeft geen idee wat hij met ons zal gaan doen want 'ik ben een intuïtieve flierefluiter' zegt hij. 'Wat precies een workshop is weet ik niet,  maar gisteravond kreeg ik het advies van een vriend om een representatief verhaal voor te lezen.' En aldus geschiedt.  Hij vertelt over de roodgekraagde  vogel en een fotograaf die midden in de nacht tot zijn knieën in de bosvijver staat om één te worden met de natuur. 'Bent u niet bang, daar zo alleen?', vroeg hij de fotograaf. 'Nee, ik hoef niet bang te zijn want ik ben daar alleen', zei de natuurvriend. Of dit literatuur is weten we niet, maar literatuur vertelt je eigenlijk hetzelfde als je om je heen ziet, maar met een ander uitgangspunt. Hij legt ons uit dat er geen regels zijn voor het ZKV, dat het gaat om hoe de woorden zich tot elkaar verhouden, hoe ze zich als kralen aaneenrijgen.  Na een uurtje gewillig luisteren hebben wij de fijne kneepjes van het vak (schrappen, schrappen en dan nog eens schrappen òf heel langzaam schrijven) nog niet onder de knie, maar zijn we wel onder de indruk van mans ontwapenende vriendelijkheid.



De dag vindt zijn hoogtepunt in een diepte-interview met Arjan Peters (die van de Volkskrant recensies).
-Mag ik u wat vragen? Bent u Arjan Peters?
-Ja dat ben ik. (hij steekt zijn hand uit)
Ik schud zijn hand en schaapachtig lachend kijken we elkaar aan.
Ik ben erg blij met deze enerverende ontmoeting. Ik vrees dat dit heel veel over mij zegt...
Wanneer ik ook nog Herman Koch, Maartje Wortel, Arnon Grunberg en Eshter Gerritsen herken, en Kees van Kooten en Wim de Bie zelfs op de foto heb staan, zit ik zo boordevol indrukken dat ik weer genoeg dagen in Boxtel kan doorbrengen zonder mijzelf te beklagen over de verdorde culturele zandvlakte van Brabant.

En nu zelf aan de slag zodat ik volgend jaar ook door iemand gespot zal worden! Iemand uit Lochem of zo.



donderdag 3 mei 2012

heksenjacht

                                                                                                                                                                 Natuurlijk moeten de daders gestraft worden. En flink ook! Niemand mag zomaar straffeloos een juwelier vermoorden. Tot zover ben ik het met de Telegraaf en consorten eens. Maar sinds wanneer komen verdachten met naam en foto in de publiciteit? Waren we ooit niet van mening dat er een zorgvuldig proces aan de veroordeling vooraf zou moeten gaan? 

Ja maar, deze jongens hebben het gedaan, dat kon je zien en we weten dat ze schuldig zijn dus...

Dus wat? Zijn ze vogelvrij verklaard omdat er een camera een moord op een man in een stad registreerde?
Is dat rechtmatig bewijsmateriaal? Sinds wanneer? Heb ik iets gemist?

Ja maar, ze bekenden zelf dat ze het hadden gedaan...


Zijn er in het verleden niet vaker verwarde mensen geweest die schuld op zich namen voor iets waaraan ze part noch deel hadden?  Je kunt niet iemand opjagen, een verklaring laten afleggen en vervolgens op de brandstapel plaatsen. We zijn sinds de middeleeuwen toch iets zorgvuldiger geworden, mag ik hopen.

Ja maar, als die foto's en die namen niet bekend werden gemaakt, dan waren ze gevlucht...


Mensen zijn onschuldig totdat hun schuld is bewezen, zo hebben wij dat in Nederland afgesproken. Ze mogen gaan waarheen ze willen.

Ja maar, koelbloedige moord!...


Er worden dagelijks ongelooflijk veel mensen vermoord. Mag je bij koelbloedige moord op heksenjacht gaan? Mag het ook bij een crime passionnel? Mag het ook bij mishandeling? Bij een beetje mishandeling? Bij vermoedens van pedofilie? Bij burenruzie? Bij diefstal? Bij doorrijden na een aanrijding?

Ja, nou overdrijf je...


Nee, want waar houdt de urgentie op? Wanneer kun je verwachten dat je hoofd op een poster wordt verspreid en in de kranten op de voorpagina komt? Op twitter, facebook, 'Wanted: dead or alive' op het internet.
Zou de mate van beschaving evenredig zijn aan de rechtspraak? Dan komen wij er bekaaid vanaf!

dinsdag 24 april 2012

het kabinet is gevallen; mijn dag is goed


Soms zijn er momenten die wonderlijk lijken te ‘kloppen’. Het klopt omdat dat wat ik dacht zomaar opeens samenvalt met een beeld of een geluid dat zich uit het ogenschijnlijke niets aan mij openbaart.
Zo mijmerde ik gisteravond  in de auto, het regende en het asfalt glom donker en dreigend,  over de jongensnaam Tristan. Mocht ik ooit nog een zoon krijgen, wat op zich al een wonderbaarlijke gebeurtenis zou zijn, dan geef ik hem die naam.  Thuis deed ik de radio aan en hoorde ik de eerste, duidelijk verstaanbare zin: ‘Tristan is niet voor niets een historische naam…’  Nou ja! Was hij niet een toneelfiguur? Of is het een Bijbelse naam? Ik wil het niet weten, ik ga het niet opzoeken, want de magie van dit moment is mij dierbaar en meer feitelijkheden kunnen alleen maar afbreuk doen aan dit gevoel dat alles rond is en in evenwicht met mij en met elkaar. 
Deze ochtend, aan tafel met een boterham en een kopje koffie, lees ik in de Voetnoot van Arnon Grunberg hoe Rutte met de deuren slaat waardoor het hele Catshuis trilt. (Ik versta steeds Kotshuis, maar dit terzijde.) In gedachten zie ik hoe de trilling zich opbouwt en uitdijt en tenslotte als een tsunami het hele huis vernietigt. Nogal logisch dat het kabinet dan valt. Het zakt door zijn pootjes en alle laatjes en deuren vallen natuurlijk kapot. Hoe komt een kabinet eigenlijk aan zijn naam? En heeft een kabinet altijd pootjes? Zou een kast een metafoor kunnen zijn voor een bestuurlijk instituut? Dergelijke dingen kunnen mij nogal bezighouden terwijl ik in mijn koffie roer en de krant doorblader.  En nog geen fractie ( ook een bijzonder woord in deze context) later, om precies te zijn op bladzijde 6 van de Volkskrant, zie ik  13 prachtige kabinetten afgebeeld!

Het is een selectie van een tentoonstelling in het van Abbemuseum; zeer gedetailleerde aquarellen van Sara van der Heide. Zij tekende er elke dag één, sinds het aantreden van het kabinet.
O, wat gaat dit een mooie dag worden; een dag van geruststellende harmonie en van een vanzelfsprekend evenwicht tussen mij en de wereld om mij heen.