zaterdag 22 september 2012

hieperdepiep


Het zou een prachtige dag kunnen worden. Alles is er: augustuszon, spannend boek, koffie en een zachte stoel. De achtertuin wenkt mij. Nauwelijks heb ik mij geïnstalleerd of een luide telefoontune  klinkt over de heg. Daarna hoor ik de wat lijzige stem van de buurvrouw: ‘Ja, dank je wel. Nou, heerlijk hè? Ja, die komen straks ook. Nou, goh, leuk dat je even belde.’
Ik lees verder en probeer me af te sluiten voor de geluiden om mij heen. Dat gaat goed totdat de kleinkinderen van de buurvrouw zich met een luid ‘lang zal ze leven’ aankondigen. Vanaf dat moment vult haar tuin zich met een groeiend aantal verjaardagsgasten.
‘Hallo, daar zijn we dan,’ hoor ik een mannenstem zeggen.
‘Ta-tata…waar is de jarige Job?’ vraagt een vrouw met een Duits accent.
‘Lang zal ze leven,’ zingt iemand vanaf een verre straathoek.
Het belooft daar een gezellige middag te worden, met veel harde stemmen want de buurman hoort niet meer zo goed. Met enig fanatisme roer ik in mijn koffie en dwing mijzelf om me niet te ergeren aan de verstoorde zondagsrust. Die ene alinea kan ik toch gewoon nog een keer lezen?
-Hoe oud ben je nou?
-83
-Oh, 83. Ik dacht 84. Hoor je dat Juul? Ze is pas 83.
-Wat zeg je?
-Ze is pas 83.
-Oh, 83. Ik dacht 84.
Ondertussen is de zoon in gesprek met de vader. Ik herken zijn stem. Hij vertelt over zijn tocht met een luchtballon. ‘Je gaat omhoog. Net als in een lift. En dan ga je over de tuinen en dan zie je de mensen zitten.’
‘Is dat niet eng?’, vraagt vader.
‘Nee, het is net als in een lift. Je gaat heel rustig omhoog en dan zo over de tuinen en dan zie je de mensen zitten.’
‘Niks voor mij.’
‘Als jij je weer beter voelt dan gaan we samen een keer.’
‘Niks voor mij,’ zegt de vader.
De buurman van een paar huizen verderop komt langs. ‘Volgens mij is er hier iemand jarig’, schreeuwt hij over iedereen heen. Hoe raadt hij het zo?
‘Wilt u auch taart?’,vraagt de vrouw met het Duitse accent. Ja, hij wil wel taart.
 -Nee, de buurvrouw is geen 84.
-Ja, een ballonvaart is heel leuk en niet eng.
-Ja, ik ook graag taart. Niet zo’n groot stuk hoor.
-En heb je al gehoord dat onze Henk weer uit het ziekenhuis is?
-O ja? Hoe oud is Henk eigenlijk?
-86.
-Oh, 86?
-Ja, 86.
-Wie lust er nog een stukje taart?
Iedereen praat nu door elkaar en met enige regelmaat voegen zich nieuwe gasten aan het gezelschap toe. ‘Lang zal ze leven’ en ‘Hieperdepiep hoera’ schalt herhaaldelijk over de heg. Na de zesde aubade zingt er niemand meer mee en de nieuwkomer hieperdepiept zelf maar wat in het wilde weg.
Hoe vaak kun je een alinea opnieuw lezen zonder dat de ergernis de concentratie onmogelijk maakt?  Na drie keer is mijn geduld op. Het is inmiddels half 12 en ik klap het boek dicht. Binnen is het koel en stil. Ik installeer mij op de bank met een bakkie troost. Het had zo’n mooie dag kunnen zijn…

dinsdag 5 juni 2012

'Succes met je schrijfleven en met je gewone leven!'

1 juni: we gaan helemaal naar Amsterdam. Prachtige dag voor een snufje cultuur geserveerd op een bedje van zonneschijn. In de Nes moeten we zijn. Dat alleen al maakt mijn dag goed. Wij hebben hier in Boxtel een Molenstraat en een Stationsstraat. Geen Nes. Waar komt dat vandaan, dat woord Nes?
Enfin, wij lopen daar die smalle straat in, krijgen een felgroen polsbandje om en laten ons leiden door een vleugje jazzmuziek. Boeken en jazz, dat schijnt een goed huwelijk te zijn.
Voor de Brakke Grond (wij hebben in Vught 'de Speeldoos') zit het grote grijze volk, met  40+dames ruim in de meerderheid.  Binnen openen Esther Gerritsen en A.L. Snijders het VPRO Boekenfestival met een praatje, een verhaal en een gedicht. We kunnen beginnen!
Ik wil alles en overal en altijd en iedereen 'doen'.  Dat wordt lastig want een strak programma met overlappende onderdelen op verschillende locaties dwingt mij tot kiezen. We trekken eerst nog uit een jukebox een 80-woorden verhaal. Even hoop ik dat ik mijn eigen inzending uit de la zal vissen, maar helaas,  het is een ander kort verhaal. Verderop lezen we een waslijn vol mooie zinnen en gluren in de piepkleine studio's waar geselecteerde bezoekers een verhaal mogen voorlezen. Nu even flink de pas erin zetten want we moeten naar de Engelenbak waar de prijsuitreiking zal zijn van de '80-woorden wedstrijd'. Wij vinden dat Linda zou moeten winnen, maar wij hebben niets te vertellen. Aan het eind van het feestje wenst de presentatrice ons 'Succes met je schrijfleven en met je gewone leven'. Daar kan ik nog dagenlang mee bezig zijn. Ik kauw de zin langzaam en proef de schijnbare tegenstelling en slik hem beetje bij beetje door. Dat krijg je van al dat literaire voer.

Zeer Korte Verhalen schrijven valt niet mee maar gelukkig krijgen we een workshop van A.L.Snijders; het opperhoofd van dit genre in hoogst eigen(aardig) persoon. Vanonder zijn royaal bemeten wenkbrauwen kijkt hij ons geamuseerd aan. Hij heeft geen idee wat hij met ons zal gaan doen want 'ik ben een intuïtieve flierefluiter' zegt hij. 'Wat precies een workshop is weet ik niet,  maar gisteravond kreeg ik het advies van een vriend om een representatief verhaal voor te lezen.' En aldus geschiedt.  Hij vertelt over de roodgekraagde  vogel en een fotograaf die midden in de nacht tot zijn knieën in de bosvijver staat om één te worden met de natuur. 'Bent u niet bang, daar zo alleen?', vroeg hij de fotograaf. 'Nee, ik hoef niet bang te zijn want ik ben daar alleen', zei de natuurvriend. Of dit literatuur is weten we niet, maar literatuur vertelt je eigenlijk hetzelfde als je om je heen ziet, maar met een ander uitgangspunt. Hij legt ons uit dat er geen regels zijn voor het ZKV, dat het gaat om hoe de woorden zich tot elkaar verhouden, hoe ze zich als kralen aaneenrijgen.  Na een uurtje gewillig luisteren hebben wij de fijne kneepjes van het vak (schrappen, schrappen en dan nog eens schrappen òf heel langzaam schrijven) nog niet onder de knie, maar zijn we wel onder de indruk van mans ontwapenende vriendelijkheid.



De dag vindt zijn hoogtepunt in een diepte-interview met Arjan Peters (die van de Volkskrant recensies).
-Mag ik u wat vragen? Bent u Arjan Peters?
-Ja dat ben ik. (hij steekt zijn hand uit)
Ik schud zijn hand en schaapachtig lachend kijken we elkaar aan.
Ik ben erg blij met deze enerverende ontmoeting. Ik vrees dat dit heel veel over mij zegt...
Wanneer ik ook nog Herman Koch, Maartje Wortel, Arnon Grunberg en Eshter Gerritsen herken, en Kees van Kooten en Wim de Bie zelfs op de foto heb staan, zit ik zo boordevol indrukken dat ik weer genoeg dagen in Boxtel kan doorbrengen zonder mijzelf te beklagen over de verdorde culturele zandvlakte van Brabant.

En nu zelf aan de slag zodat ik volgend jaar ook door iemand gespot zal worden! Iemand uit Lochem of zo.



donderdag 3 mei 2012

heksenjacht

                                                                                                                                                                 Natuurlijk moeten de daders gestraft worden. En flink ook! Niemand mag zomaar straffeloos een juwelier vermoorden. Tot zover ben ik het met de Telegraaf en consorten eens. Maar sinds wanneer komen verdachten met naam en foto in de publiciteit? Waren we ooit niet van mening dat er een zorgvuldig proces aan de veroordeling vooraf zou moeten gaan? 

Ja maar, deze jongens hebben het gedaan, dat kon je zien en we weten dat ze schuldig zijn dus...

Dus wat? Zijn ze vogelvrij verklaard omdat er een camera een moord op een man in een stad registreerde?
Is dat rechtmatig bewijsmateriaal? Sinds wanneer? Heb ik iets gemist?

Ja maar, ze bekenden zelf dat ze het hadden gedaan...


Zijn er in het verleden niet vaker verwarde mensen geweest die schuld op zich namen voor iets waaraan ze part noch deel hadden?  Je kunt niet iemand opjagen, een verklaring laten afleggen en vervolgens op de brandstapel plaatsen. We zijn sinds de middeleeuwen toch iets zorgvuldiger geworden, mag ik hopen.

Ja maar, als die foto's en die namen niet bekend werden gemaakt, dan waren ze gevlucht...


Mensen zijn onschuldig totdat hun schuld is bewezen, zo hebben wij dat in Nederland afgesproken. Ze mogen gaan waarheen ze willen.

Ja maar, koelbloedige moord!...


Er worden dagelijks ongelooflijk veel mensen vermoord. Mag je bij koelbloedige moord op heksenjacht gaan? Mag het ook bij een crime passionnel? Mag het ook bij mishandeling? Bij een beetje mishandeling? Bij vermoedens van pedofilie? Bij burenruzie? Bij diefstal? Bij doorrijden na een aanrijding?

Ja, nou overdrijf je...


Nee, want waar houdt de urgentie op? Wanneer kun je verwachten dat je hoofd op een poster wordt verspreid en in de kranten op de voorpagina komt? Op twitter, facebook, 'Wanted: dead or alive' op het internet.
Zou de mate van beschaving evenredig zijn aan de rechtspraak? Dan komen wij er bekaaid vanaf!

dinsdag 24 april 2012

het kabinet is gevallen; mijn dag is goed


Soms zijn er momenten die wonderlijk lijken te ‘kloppen’. Het klopt omdat dat wat ik dacht zomaar opeens samenvalt met een beeld of een geluid dat zich uit het ogenschijnlijke niets aan mij openbaart.
Zo mijmerde ik gisteravond  in de auto, het regende en het asfalt glom donker en dreigend,  over de jongensnaam Tristan. Mocht ik ooit nog een zoon krijgen, wat op zich al een wonderbaarlijke gebeurtenis zou zijn, dan geef ik hem die naam.  Thuis deed ik de radio aan en hoorde ik de eerste, duidelijk verstaanbare zin: ‘Tristan is niet voor niets een historische naam…’  Nou ja! Was hij niet een toneelfiguur? Of is het een Bijbelse naam? Ik wil het niet weten, ik ga het niet opzoeken, want de magie van dit moment is mij dierbaar en meer feitelijkheden kunnen alleen maar afbreuk doen aan dit gevoel dat alles rond is en in evenwicht met mij en met elkaar. 
Deze ochtend, aan tafel met een boterham en een kopje koffie, lees ik in de Voetnoot van Arnon Grunberg hoe Rutte met de deuren slaat waardoor het hele Catshuis trilt. (Ik versta steeds Kotshuis, maar dit terzijde.) In gedachten zie ik hoe de trilling zich opbouwt en uitdijt en tenslotte als een tsunami het hele huis vernietigt. Nogal logisch dat het kabinet dan valt. Het zakt door zijn pootjes en alle laatjes en deuren vallen natuurlijk kapot. Hoe komt een kabinet eigenlijk aan zijn naam? En heeft een kabinet altijd pootjes? Zou een kast een metafoor kunnen zijn voor een bestuurlijk instituut? Dergelijke dingen kunnen mij nogal bezighouden terwijl ik in mijn koffie roer en de krant doorblader.  En nog geen fractie ( ook een bijzonder woord in deze context) later, om precies te zijn op bladzijde 6 van de Volkskrant, zie ik  13 prachtige kabinetten afgebeeld!

Het is een selectie van een tentoonstelling in het van Abbemuseum; zeer gedetailleerde aquarellen van Sara van der Heide. Zij tekende er elke dag één, sinds het aantreden van het kabinet.
O, wat gaat dit een mooie dag worden; een dag van geruststellende harmonie en van een vanzelfsprekend evenwicht tussen mij en de wereld om mij heen.

donderdag 12 april 2012

gedicht van lang geleden

Ja, je kunt wel zeggen dat het lang geleden begon. Eerst waren er mijn gedichtjes, deels gejat, maar altijd met een hevigheid en een theatraliteit waar ik me nu voor schaam. Rond 5 december werd de toon gelukkig wat luchtiger, maar de overige winterdagen waren toch voornamelijk aanleiding tot sombere, om niet te zeggen depressieve, bespiegelingen. Er was altijd wel een onbeantwoorde liefde of een peilloze eenzaamheid aan de orde.  Ook mijn eerste verhalen, rond mijn veertiende, getuigen van een schrijnend puberaal verlangen naar Het Echte Leven. Volgens mij zou dat leven een afspiegeling moeten zijn van de wereld van Sartre en Beauvoir; een intellectuele, artistieke Parijse subwereld, waarin veel Gauloises werd gerookt en tot diep in de nacht over het leven werd gefilosofeerd. Ach, wat was ik een benadeeld kind om in het duffe dorp Baarn op te moeten groeien. Ik schijn zelfs als lagere school kind al uitgeroepen te hebben 'ik heb een rotleven!'.
Wat ben ik dan eigenlijk nog goed terecht gekomen; geen goot, geen drank en drugs, geen eenzame dolende ziel maar eigenlijk stiekem heel erg gelukkig in een ander dorp.
En wat nog fijner is: ik kan eindelijk enigszins meewarig en met mededogen terugkijken op mijn eerste producten. Glimlachend bekijk ik mijn  gedichtjes, schetsen, verhalen, een aantal hoofdstukken van een boek, lijstjes van mooie woorden, overgetypte poëzie, boekrecensies, opstellen en mijn eigen schoolkrant-uitgeverij. Het zat er altijd al in. Net zo goed als dat de melancholie ook nooit helemaal verdwenen is.

 Een gedichtje van toen, van toen ik 15 was:

 

dinsdag 3 april 2012

stiftgedichten

http://issuu.com/irmauhlenbusch/docs/stiftgedichten_pdf

via deze link kom je op Issuu, waar je  de stiftgedichten kunt lezen die we op de cursus creatief schrijven van het Centrum voor de Kunsten in Eindhoven hebben gemaakt. Dat viel nog niet mee! (het lezen valt ook niet mee; vergroot het maar flink!)


Normaal gesproken heb je een leeg vel papier voor je, waaraan je zelf woorden toevoegt.
Nu heb je een krant voor je neus waarin je op zoek gaat naar woorden die tezamen een gedicht moeten gaan vormen. 
De inhoud van het artikel leidt af, maar zelfs uit een recept is nog een prachtig stukje poëzie te halen. 


Men neme één krant, één dunne zwarte stift en één dikke zwarte stift. 


Hoe doe je het?
1. teken met een dunne zwarte stift een vakje om het woord, of de woorden, die je aanspreken.
2. beperk je zoekgebied tot hooguit drie kolommen.
3. zoek woorden die samen een bepaald thema vormen.
4. om er een gedicht van te maken heb je verbindende woorden nodig, soms zijn dat letters die samen dat woord gaan vormen. Maar letters vallen vaak weg in het totaalbeeld, dus probeer zo min mogelijk om op deze manier woorden te vormen.
5. kijk of de leesrichting nog steeds klopt.
6. pas als je heel zeker weet dat  alle woorden die je nodig hebt,  omkaderd zijn, dan kun je met een dikke zwarte stift de rest wegstrepen. Laat daarbij een stukje wit over tussen de kolommen!


Zoals je ziet bij de gedichten die we tijdens de les hebben gemaakt, is het belangrijk om netjes te werken. Een zwarte streep over die ene 'e' is echt jammer!