zondag 18 maart 2012

what the hell!

In mijn vroege kinderjaren is het misgegaan. Ondanks herhaalde waarschuwingen van mijn moeder is er toch een scheefgroei ontstaan. Ik weet nog hoe ik vol enthousiasme begon aan mijn eerste breiwerk. Ik had een prachtige trui in gedachten, met veelkleurige motieven. 'O, wat mooi!', zouden de kinderen uit de klas uitroepen. 'Heb jij dat zelf bedacht en zelf gemaakt?'
'Ach ja, ' zou ik dan achteloos antwoorden en me welwillend wentelen in adoratie.
Maar al na zes pennen zou ik steken laten vallen. 'Overnieuw!', zei mijn moeder. 'Beter ten hele gekeerd, dan ten...' Ja , ja, dacht ik dan en vervolgens deed ik nee, nee. Met een mengelmoes van onverschilligheid en verbetenheid breide ik door, terwijl ik wist dat het niet goed zou komen. De trui werd helemaal niet mooi en zat ook niet lekker. In de oksel trok de hele mouw scheef en bij de kraag zaten gaten waardoor je mijn hemd kon zien. 
Later, in mijn studententijd, heb ik menig huis opgeknapt. Nou ja, opgeknapt...ik heb geklust. Ik zou wel eens een mooi paleis van ons kraakpand maken. Vol enthousiasme plakte ik de eerste baan behang tegen de muur. Een beetje scheef, dat zag ik ook wel. En een kiertje van een paar millimeter werd bij baan vijf een lelijke grote kloof. Nou ja, zo is het toch ook goed. In ieder geval beter dan het was... Voor schilderen gold hetzelfde. Al in de eerste laag zat een haar uit de kwast. Een grote, harde haar die precies op ooghoogte zat. Toch schilderde ik laag twee er overheen, wetende dat de haar zichtbaar zou blijven.Verwachtte ik een deus ex machina waardoor de haar spoorloos zou zijn verdwenen bij de laatste verfstreek? Niet dus. Nou ja, hangen we daar toch een schilderijtje.
Breien, schilderen, behangen, schrijven, soep maken, hebben allemaal met hetzelfde mechanisme te maken. In het onderwijs herken je dit gedrag bij de zogenaamde onderpresteerder; een perfectionist onder een deken van nonchalance. Ze halen zesjes omdat ze tienen willen scoren. Wanneer de tien slechts een negen een acht of een zeven dreigt te worden, dan raffelen ze het werk af. In de psychologie kennen we dit fenomeen als het 'what the hell' effect. Een perfectionist begint aan de klus en hij wil daarin uitblinken. Wanneer het niet zo goed gaat worden als hij wil, dan stelt hij  noodgedwongen zijn eisen bij om het voor hemzelf toch dragelijk te maken. 'Het was toch niet zo belangrijk', of 'dit is maar de oefenfase', of een andere geruststellende cognitieve constructie, houdt hem op de been. 
Gisteren hoorde ik Peter Buwalda vertellen over de periode waarin hij 'Bonita Avenue' schreef. Vier jaar lang heeft hij aan zijn werk geschaafd. Vier jaar lang heeft hij hoofdstukken herschreven totdat hij tevreden was. Zo heeft hij de roman geschreven waar hij nu terecht trots op is. Dat betekent dat hij de eerste pennen weer heeft uitgehaald, de eerste scheve baan eraf heeft getrokken, haren heeft verwijderd, hobbeltjes en bobbeltjes heeft gladgestreken totdat hij echt de woorden vond die hij bedoelde. Kom op Irma, denk ik dan, kom uit de spaarstand en Werk Geconcentreerd en Gedreven! Hoog leggen die lat en hoog houden!

Dit blog is misschien een beetje warrig geworden en geeft ook niet precies weer wat ik eigenlijk bedoel, maar ja, what the hell, het is maar een blog.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen