maandag 7 juli 2014

dingen die niet lukken


In mijn kringen, en ik noem geen namen, zijn mensen, vrouwen bedoel ik, die menen dat alles wat er wel of juist niet gebeurt een bedoeling heeft. Zo is de afwijzing na mijn sollicitatiegesprek een teken dat dit nog niet het juiste moment is om deze baan te ambiëren. De pijn aan mijn been is er omdat ik pas op de plaats moet maken of juist een stapje extra moet doen, dat is me eerlijk gezegd nu net weer ontgaan.  En dat bij mij altijd de basilicum plantjes vlekken krijgen, komt misschien wel doordat ik me onbewust verzet tegen de Italiaanse invloeden in mijn huishouden. Zelfs van de trap af vallen is een lesje in nederigheid, volgens deze vrouwen.
Zonder enige twijfel leg ik deze dwalingen naast mij neer. Ik geloof in toeval, mazzel en pech. Mijn leven is een aaneenrijging van losse flodders die ik met enige verbazing verwelkom. Ik ben een dobberende waterlelie, maar wel eentje die zelf verantwoordelijk is voor alle elementen die  mijn dagen bepalen. Over de regen heb ik niets te zeggen, maar wel over de mate waarin ik de regen mijn leven laat bepalen. Je kunt altijd kiezen, zelfs als waterlelie hoef ik niet elke kikker te dulden die zich op mijn blad wil koesteren in de zon.  
Maar er zijn enkele dingen, hardnekkige dingen, die heel vaak niet lukken en nu heeft  onlangs de gedachte bij mij post gevat dat dit iets zegt, iets meer betekent dan alleen maar een onhandig, vaak voorkomend euvel. Zo wil de mastworp steevast niet in een keer goed om een paal vallen. ‘En  nu eerst die lus een slag de andere kant op’, zeg ik in gedachten wanneer de zeilboot aan de kant ligt en alleen nog maar even met een lijntje vast hoeft te worden gelegd. Maar verdomde, toch weer dat geklungel terwijl ik zo mijn best doe.
Nog iets; dat lichtknopje in de keuken…waarom druk ik iedere keer eerst op het verkeerde knopje voordat ik er achter kom dat ik juist die ernaast moet gebruiken! En dat na zoveel keer! En er zijn meer van die dingen die consequent niet in een keer lukken; het losse persgedeelte van de knoflookpers weer terugduwen in het rechthoekje zodat het klem komt te zitten in het omhulsel. Irritant.
Maar niets irriteert me meer dan enkele specifieke fouten die ik type, want het zijn niet zomaar vergissingen. Het gaat om drie woorden. Drie woorden die ik heel vaak gebruik; werled, grope en schrifj. Wat zegt het wanneer een schrijfdocent die regelmatig aan groepen lesgeeft, en graag de hele werled wil zien, vrijwel dagelijks dezelfde vergissing maakt? Dit kan geen toeval of pech zijn, vrees ik.


vrijdag 22 november 2013

vraag en antwoord

Word ik wakker, kijk ik uit raam, zie ik een dode vogel op het terras liggen!
Wat betekent dat? Betekent het iets? Is het normaal dat ik hier, binnen een maand, twee merels voor Pampus zie liggen? En wat zegt het over mij dat ik dit zie en opschrijf?
Ik weet dat er mensen zijn die allerlei natuurverschijnselen willen uitleggen als zijnde een soort boodschap. Een boodschap aan mij vanuit het universum, zullen we maar zeggen. In eerste instantie vind ik dat onzin, maar naarmate ik er langer over nadenk wil ik ook niet zomaar aan dat idee voorbijgaan. Tenslotte zijn er heel veel mensen, volksstammen over de hele wereld, die al eeuwenlang betekenis geven aan zaken die zo op het eerste gezicht onverklaarbaar zijn. Wie ben ik om dat zomaar in een regel terzijde te schuiven? Maar ja, de meeste zaken zijn inmiddels wel verklaarbaar en naarmate onze kennis groeit, daalt het geloof in sjamanisme en occultisme en aanverwante religies.
Twee merels die binnen een maand op het terras liggen, is dat wel zo bijzonder in een bosrijke omgeving? Zou ik in Amsterdam op een flatje zevenhoog hebben gewoond en in een week twee merels op  mijn balkon hebben gevonden…dan zou dat wel te denken geven.
En die keer dat ik vijf slangen op één dag zag, was dat dan niet heel vreemd en wellicht echt wel een teken van ‘iets’ aan mij? Maar die slangen zag ik in de Alpen op een snikhete dag en ik heb geen idee hoe het met de slangdichtheid in dat gebied zit en dus met de significantie van dit verschijnsel.
En die keer dat we samenkwamen om de begrafenis van mijn moeder te regelen en er maar liefs twee keer achter elkaar een uil op klaarlichte dag overvloog? Heel vreemd, zeker omdat mijn moeder planken en kasten vol uiltjes spaarde. Maar misschien vliegt er daar wel vaker een uil rond en zagen wij dat gewoon nog nooit eerder.
En die keer dat er tijdens de begrafenismis van een collega een grote vlinder door de kerk vloog, prachtig belicht door de stralen van de zon die door de bovenste ramen naar binnenstroomden. Bij het opbaren van haar lichaam hadden we de dag ervoor een groot schilderij met vlinders gezet, nog vers in de verf. Wat zegt dat? Zegt dat iets? Zegt het niet meer dan dat ik een dromer ben en naar vlinders kijk in plaats van naar de pastoor?
Wat een ochtend. Nog voor ik de eerste koffie drink, lijkt het een taaie dag te worden vol vragen waarop ik nooit antwoord zal krijgen. Ik doe de gordijnen dicht en ga aan ’t werk. Zolang er geen pechvogel op het toetsenbord komt zitten, zal het wel loslopen. Gelukkig kan ik me met lekker concrete dingen bezighouden zoals de vraag of ik Pampus nu wel of niet met een hoofdletter moet schrijven wanneer ik het gebruik in de uitdrukking ‘voor pampus liggen’. Heeft iemand daar een antwoord op?


donderdag 31 oktober 2013

lelijk en laf

Tot een uur of vier vond ik mijzelf nog aardig. Niet bijzonder bovenmaats, maar gewoon, iemand met  de beste intenties zal ik maar zeggen.
Ik zat aan tafel te werken. In elk geval had ik een opengeklapte laptop voor me. Buiten waaide het flink en vanuit mijn ooghoek zag ik de bladeren en takjes op het terras vallen. Boem. Een doffe klap tegen het raam. Een merel tolde verdwaasd op de stoeptegels. Ik draaide me om beter te kunnen zien hoe het beestje eraan toe was. Beroerd, dat zag ik zo. Ik stond op en liep naar het raam om goed te kunnen kijken. Ja, mijn eerste diagnose klopte; vogel zit er beroerd bij. Ik meende zelfs te kunnen zien dat hij bibberde. Hij zal zo zijn veren gladstrijken, nog een keer zijn koppie schudden en dan weghuppen, dacht ik hoopvol. Maar mijn merel, die zich nu onderscheidde van alle andere merels waar ik  niets mee te maken had, leek steeds schever weg te zakken. Ik draaide mij resoluut om en zette mij weer aan tafel, schuin afgewend van drama buiten. Ik typte wat woorden, ik deed nog een spelletje Candy Crush en ik scrolde door mijn mailbox. Maar de lol was eraf. De vogel trok mijn aandacht dwars door het raam naar zich toe. Hij moest daar weg, er lopen hier katten rond die zullen hem vermoorden. Of roofvogels…In elk geval zou er een gruwelijk scenario volgen waar ik geen getuige van wilde zijn. Ik opende de schuifdeuren en liep voorzichtig naar hem toe. ‘Uh, merel, je kunt beter in de struiken gaan zitten om wat aan te sterken’, wilde ik zeggen. Hoe dan ook, het beest tilde zijn kop niet eens op. Van dichtbij zag ik dat zijn snavel ontzet was. De bovenste helft stond scheef ten opzichte van de onderste. Of net andersom, dat weet ik met mijn minimale merelkennis niet. Zijn borstkas pompte gejaagd  in en uit. Even overwoog ik om een doos over hem heen te zetten en niet alleen om hem te beschermen tegen de roofdieren, maar eerlijk gezegd meer omdat ik het dan niet hoefde te zien. Ik klapte in mijn handen. Ga dan weg! Stom beest! Ga! Maar er gebeurde niets. Met een ‘dan- moet- je- het- zelf- maar- weten- nonchalance liep ik terug naar mijn laptop. Nu ademde ik zelf te snel en zag ik daar een bibberende vinger? Ik stond op, liep naar het raam, en trok het gordijn dicht.

Vijf uur. Ik wilde nog even op fiets de stad in om een rokje te kopen en die fiets stond bij de schuur achter het terras. En dat terras was leeg. Geen spoor te zien van een bloedbad, geen veertje, geen poep. Hij zal veilig onder de rozenstruiken schuilen of misschien is hij al weer lekker aan het rondfladderen, dacht ik.  Maar ik wist heus wel dat dat niet waar was. Toch een roofvogel? Ik fietste langs de huizen waar de paden vol bladeren, eikels en takjes lagen. De wind componeerde een herfstsonate vol hoge fluittonen en donkere krakende intermezzo’s. Kraaien of kauwen, in elk die grote zwarte vogels, krijsten op een tuinpad. Ik zag vanuit de verte al een groepje kauwen heen en weer vliegen van het hekje naar de onderste boomtakken en van de onderste tak snel weer door naar de containers aan de straat. Onrust alom, paniek misschien, op die paar vierkante meter. Ze hadden vast ruzie om een extra large eikel, dacht ik. Vlakbij zag ik dat er iets anders aan de hand was. Heel anders. Echt, ongelooflijk bizar. Op de grond lag op zijn rug (!) een zwarte vogel. Zijn vleugels wijd uitgespreid en zijn pootjes wild klauwend om zijn aanvallers te weren. Hij schreeuwde: ‘Krak kra kraaa!’. Naast hem stond een kauw, een hele grote,  hoog op zijn pootjes met zijn dikke snavel op het slachtoffer in te hakken. Zijn vleugels klapperden een beetje om zichzelf in evenwicht te houden, vermoedde ik. Om hen heen vlogen andere kauwen. Een stuk of 10 vogels scheerden kris kras door elkaar over het vechtende stel. Sommigen doken vanuit de boom naar beneden om vlak boven het gevecht van koers te veranderen. Aan de randen van de denkbeeldige boksring hipten andere kauwen zenuwachtig heen en weer. Gillende toeschouwers. Van wat? Ik maakte de balans snel op. Ik stapte er eerlijk gezegd nog niet eens voor van mijn fiets. Het slachtoffer was vast al dodelijk gewond, dit was nu eenmaal de natuurlijke selectie en de natuur moest zijn loop hebben en ik mijn rokje. 

Half 6. Ik was nog net voor sluitingstijd in de V&D. Met een leuke rok aan stond ik in de paskamer. Ik draaide vreugdeloos rond. In de spiegel zag ik een lelijke vrouw en op haar voorhoofd stond geschreven:

©irma uhlenbusch



maandag 3 juni 2013

Gesprek met mijn boek.

- Boek, we moeten praten.
- Alweer? Ik ben nou toch af?
- Misschien had ik je toch dikker moeten maken.
- Begin nou niet weer met…
- Jawel, stil nou, ik twijfel gewoon aan het literaire gehalte.
- Hangt dat af van de dikte?
- Nou ja, niet helemaal, maar ik had ook aan het einde de ontwikkeling van het personage meer diepgang kunnen geven. Dat ze er iets van geleerd zou hebben, bijvoorbeeld. Dat heeft ze ook wel maar ik had daar meer woorden aan moeten besteden, misschien.
- Je twijfelt dus aan de intelligentie van de lezer. Je zegt tijdens je cursussen zelf dat je niet alles uit moet leggen aan de lezer.
- Ja maar, vind je niet dat ik er een hoofdstuk bij had moeten schrijven om het geheel wat meer body te geven?
-Vind je een kort gedicht van bijvoorbeeld Herman Gorter weinig inhoud hebben omdat het weinig woorden telt?
-Nee, da’s waar, maar jij ligt daar zo iel naast Geert Mak en A.F.Th. van der Heijden.
-Ik lig prima. Ik ben trots op al mijn woorden. Meer is niet per definitie beter.

-En dan nog iets.
-Ja?
-Vind jij dat ik te expliciet ben geweest in bepaalde scènes? Je weet wel, die scène dat hij haar laat  bukken bij de bank…
-Gaan we nou opeens preuts doen? Hoe kan je over de liefde schrijven zonder lichamelijke intimiteiten te beschrijven? Ik ben toch een realistisch boek; ik ga toch over echte mensen en echte verhoudingen?
-Ik hoop dat mijn schoonmoeder het ook zo interpreteert
-Literatuur en kunst in het algemeen mogen niet behaagziek zijn. Je wilt toch iets vertellen, nieuwe beelden creëren, verontrusten, twijfel zaaien of ontroeren.
-Ja maar…
-Irma, nou moet je echt ophouden. Ik ben trots op mezelf, ik sta te glimmen in de winkel en ik weet dat ik mensen raak, dat ze mij geboeid lezen.
-Maar er staan zelfs foutjes in; een komma verkeerd en erger nog…
- Je huldigt zelf het  motto ‘wie geen fouten maakt, maakt meestal niets’. Weet je wat; schrijf het lekker van je af en val mij hier verder niet mee lastig.

-Boek?
-Ja?
-Dank je wel.





woensdag 8 mei 2013

Met de billen bloot.


Nog negen dagen. Ik zou natuurlijk vandaag een noodkreet naar de uitgever kunnen sturen. Iets in de trant van ‘ik zie toch maar af van publicatie want ik ga eerdaags solliciteren op een droombaan waarbij ik een smetteloos cv wil kunnen overhandigen’. Of ik vertel ze dat mijn kinderen nu net in een kwetsbare periode zitten en er absoluut geen losbandige moeder bij kunnen hebben. Of misschien moet ik de uitgever wijsmaken dat mijn ouders doodziek zijn en de schande niet zouden kunnen verdragen. En je moet er toch niet aan denken dat zij deze smet in hun laatste levensdagen met zich mee zullen dragen.

Van tevoren heb ik niet kunnen vermoeden wat deze debuutroman voor onrust met zich mee zou brengen. Ik heb geschreven zonder externe, morele censuur. Gelukkig maar, want creativiteit en censuur bijt elkaar. Thuis, achter de laptop aan tafel, voelde ik mij God in Fantasieland. Ik schudde personages, verhaallijnen en spanningsbogen uit mijn mouw. Mijn betrekkelijk veilige anonimiteit vertoont nu scheuren en dat maakt dat ik me begluurd voel tot in het diepst van mijn gedachten. Natuurlijk gaat dit boek niet over mijzelf ook al staat er op elke bladzijde ‘ík’. Maar toch...In de literaire wereld is het niet relevant wat er nu precies echt gebeurd is en wat de schrijver heeft verzonnen. Maar mijn dorp, mijn dagelijks leven, mijn familie en vriendenkring staan mijlenver verwijderd van literatuur. Staat er  geschreven dat ik de hond heb doodgeschoten, dan is dat zo. En lezen ze dat ik met een wildvreemde man in een auto heb liggen vozen, dan is dat zo.

Nu nog, om precies te zijn nog negen dagen, leef ik in de illusie dat mijn  schoonmoeder mij een degelijke en lieve meid vindt. Dat mijn vader denkt dat ik slechts wonderschone poëzie schrijf. Nu nog kan ik zonder rode wangen over straat en een ijsje halen zonder dat ik mij afvraag wie mijn boek heeft gelezen, wie er wat van vindt. Ik zou kunnen zeggen dat ik mij hier niets van aantrek, dat ik mij niet naakt voel omdat het helemaal niets met mij te maken heeft. Toch? 

donderdag 25 april 2013

Scheuren


Natuurlijk weet ik wel dat het de bedoeling is dat je baby’s zelfstandig maakt, dat ze opgroeien tot zelfdenkende en zelfbeslissende mensen.
Je klapt in je handen bij de eerste stapjes en je juicht bij de eerste woordjes. Het potje maakt plaats voor een heuse wc-bril en de step wordt ingeruild voor een roze fietsje. Niets op aan te merken, toch?.

Maar toen ze 4 jaar werd, kwam er al een ommekeer in mijn opvoedplan. Mijn kleine meid vond steeds vaker op eigen houtje haar weg.  Zelf jas aandoen, zelf de klas inlopen, zelf naar een kinderfeestje. Ze had mij niet meer zo nodig, hooguit voor een pleister of een veilige plek in bed als ‘s nachts de droomdraak  langskwam.
En dan heb ik het nog niet over de crisisjaren, vanaf een jaar of vijftien. Alleen in de nacht op de fiets naar huis, alleen kiezen voor een school, een vriendengroep, een leven. Maar goed, het was toch ook de bedoeling dat ze zelfdenkend zou worden?

Opvoeden is loslaten, zei een vriendin. Los-scheuren zal ze bedoelen. Ik ben een angsthaas wanneer het mijn kinderen betreft. Het is dat ik ze niet aan de keukentafel mag vastbinden van de kinderbescherming, maar in gedachten liggen ze vast aan een ketting van waarschuwingen, goede raad en ‘hoe-haal-je-het-in-je-hoofd!’ schreeuwen.

Inmiddels is dochterlief  eigenwijs en overmoedig, dus ik zou moeten concluderen dat de opvoeding is geslaagd. Het kind is zelfstandig en naar ik hoop ook volwassen; project is Af.
Maar sinds zij besloten heeft, en notabene al geboekt heeft, voor een reis naar India, in haar uppie, lig ik weer ouderwets wakker en zie haar in gedachten al in die ene bus, bij die ene groep mannen, zich verweren tegen alle handtastelijkheden. En dan heb ik het nog niet eens over diarree, tyfus en HIV.
Maar goed, ze gaat toch en ik ben diep van binnen ook apetrots op die kleine grote meid.

©irma 2013


donderdag 14 maart 2013

onze Frans


Het lijkt me een leuke man. Hij stond daar zo verlegen in zijn witte jurk te zwaaien naar al die piepkleine, enthousiaste  mensen op het plein. Naast hem stonden ernstige roodgemutste mannen, waarbij onze nieuwe paus extra ontspannen contrasteerde. ‘Broeders en zusters, goedenavond’, zei hij. Dat was goed getimed. Eerst had hij alleen maar gestaan, toen even gezwaaid, daarna had hij weer lang staan kijken, alsof hij het zelf nog niet geloven kon dat hij daar werkelijk zo pontificaal stond te staan. In al zijn eenvoud maakte hij contact met de buitenwereld, door eerst maar eens gewoon gedag te zeggen. Dat moment was goud waard. Daarmee had hij mij al voor zich gewonnen. 
En dan die naam, zeg maar Frans(iscus), en dat hij in een gewoon huis woont, gewoon zelf kookt en gewoon met de bus gaat…Het was bijna een Jan Klaassen en Katrijn voorstelling. Of kwam dat door die gordijnen, die zo theatraal gedrapeerd zorgden voor het poppenkast effect? Ik riep hem nog toe ‘Kijk uit! Pas op voor de heks!’, maar het was al te laat. Achter de schermen waren de journalisten en andere –isten al druk aan het googlen; zij spitten net zo lang in zijn verleden tot er stront naar boven kwam drijven. Ze vonden een foto van onze Frans met Videla, een financieel onderonsje met Maxima, een negatieve uitspraak over homo’s en er zal nog wel meer gevonden worden.
Maar ik vind hem leuk. Net zoals ik prins Claus sympathiek vond toen hij demonstratief zijn stropdas weggooide en koningin Juliana vond ik ook een lekker gek mens, zo gewoon, bescheiden en toegankelijk.
Dus kinderen, als we weer naar een voorstelling van de paus gaan kijken, dan roepen we eerst allemaal heel hard ‘Franciscus, Franciscus!’, en als hij dan tevoorschijn komt dan klappen we voor hem. Afgesproken? 

zaterdag 22 september 2012

hieperdepiep


Het zou een prachtige dag kunnen worden. Alles is er: augustuszon, spannend boek, koffie en een zachte stoel. De achtertuin wenkt mij. Nauwelijks heb ik mij geïnstalleerd of een luide telefoontune  klinkt over de heg. Daarna hoor ik de wat lijzige stem van de buurvrouw: ‘Ja, dank je wel. Nou, heerlijk hè? Ja, die komen straks ook. Nou, goh, leuk dat je even belde.’
Ik lees verder en probeer me af te sluiten voor de geluiden om mij heen. Dat gaat goed totdat de kleinkinderen van de buurvrouw zich met een luid ‘lang zal ze leven’ aankondigen. Vanaf dat moment vult haar tuin zich met een groeiend aantal verjaardagsgasten.
‘Hallo, daar zijn we dan,’ hoor ik een mannenstem zeggen.
‘Ta-tata…waar is de jarige Job?’ vraagt een vrouw met een Duits accent.
‘Lang zal ze leven,’ zingt iemand vanaf een verre straathoek.
Het belooft daar een gezellige middag te worden, met veel harde stemmen want de buurman hoort niet meer zo goed. Met enig fanatisme roer ik in mijn koffie en dwing mijzelf om me niet te ergeren aan de verstoorde zondagsrust. Die ene alinea kan ik toch gewoon nog een keer lezen?
-Hoe oud ben je nou?
-83
-Oh, 83. Ik dacht 84. Hoor je dat Juul? Ze is pas 83.
-Wat zeg je?
-Ze is pas 83.
-Oh, 83. Ik dacht 84.
Ondertussen is de zoon in gesprek met de vader. Ik herken zijn stem. Hij vertelt over zijn tocht met een luchtballon. ‘Je gaat omhoog. Net als in een lift. En dan ga je over de tuinen en dan zie je de mensen zitten.’
‘Is dat niet eng?’, vraagt vader.
‘Nee, het is net als in een lift. Je gaat heel rustig omhoog en dan zo over de tuinen en dan zie je de mensen zitten.’
‘Niks voor mij.’
‘Als jij je weer beter voelt dan gaan we samen een keer.’
‘Niks voor mij,’ zegt de vader.
De buurman van een paar huizen verderop komt langs. ‘Volgens mij is er hier iemand jarig’, schreeuwt hij over iedereen heen. Hoe raadt hij het zo?
‘Wilt u auch taart?’,vraagt de vrouw met het Duitse accent. Ja, hij wil wel taart.
 -Nee, de buurvrouw is geen 84.
-Ja, een ballonvaart is heel leuk en niet eng.
-Ja, ik ook graag taart. Niet zo’n groot stuk hoor.
-En heb je al gehoord dat onze Henk weer uit het ziekenhuis is?
-O ja? Hoe oud is Henk eigenlijk?
-86.
-Oh, 86?
-Ja, 86.
-Wie lust er nog een stukje taart?
Iedereen praat nu door elkaar en met enige regelmaat voegen zich nieuwe gasten aan het gezelschap toe. ‘Lang zal ze leven’ en ‘Hieperdepiep hoera’ schalt herhaaldelijk over de heg. Na de zesde aubade zingt er niemand meer mee en de nieuwkomer hieperdepiept zelf maar wat in het wilde weg.
Hoe vaak kun je een alinea opnieuw lezen zonder dat de ergernis de concentratie onmogelijk maakt?  Na drie keer is mijn geduld op. Het is inmiddels half 12 en ik klap het boek dicht. Binnen is het koel en stil. Ik installeer mij op de bank met een bakkie troost. Het had zo’n mooie dag kunnen zijn…

dinsdag 5 juni 2012

'Succes met je schrijfleven en met je gewone leven!'

1 juni: we gaan helemaal naar Amsterdam. Prachtige dag voor een snufje cultuur geserveerd op een bedje van zonneschijn. In de Nes moeten we zijn. Dat alleen al maakt mijn dag goed. Wij hebben hier in Boxtel een Molenstraat en een Stationsstraat. Geen Nes. Waar komt dat vandaan, dat woord Nes?
Enfin, wij lopen daar die smalle straat in, krijgen een felgroen polsbandje om en laten ons leiden door een vleugje jazzmuziek. Boeken en jazz, dat schijnt een goed huwelijk te zijn.
Voor de Brakke Grond (wij hebben in Vught 'de Speeldoos') zit het grote grijze volk, met  40+dames ruim in de meerderheid.  Binnen openen Esther Gerritsen en A.L. Snijders het VPRO Boekenfestival met een praatje, een verhaal en een gedicht. We kunnen beginnen!
Ik wil alles en overal en altijd en iedereen 'doen'.  Dat wordt lastig want een strak programma met overlappende onderdelen op verschillende locaties dwingt mij tot kiezen. We trekken eerst nog uit een jukebox een 80-woorden verhaal. Even hoop ik dat ik mijn eigen inzending uit de la zal vissen, maar helaas,  het is een ander kort verhaal. Verderop lezen we een waslijn vol mooie zinnen en gluren in de piepkleine studio's waar geselecteerde bezoekers een verhaal mogen voorlezen. Nu even flink de pas erin zetten want we moeten naar de Engelenbak waar de prijsuitreiking zal zijn van de '80-woorden wedstrijd'. Wij vinden dat Linda zou moeten winnen, maar wij hebben niets te vertellen. Aan het eind van het feestje wenst de presentatrice ons 'Succes met je schrijfleven en met je gewone leven'. Daar kan ik nog dagenlang mee bezig zijn. Ik kauw de zin langzaam en proef de schijnbare tegenstelling en slik hem beetje bij beetje door. Dat krijg je van al dat literaire voer.

Zeer Korte Verhalen schrijven valt niet mee maar gelukkig krijgen we een workshop van A.L.Snijders; het opperhoofd van dit genre in hoogst eigen(aardig) persoon. Vanonder zijn royaal bemeten wenkbrauwen kijkt hij ons geamuseerd aan. Hij heeft geen idee wat hij met ons zal gaan doen want 'ik ben een intuïtieve flierefluiter' zegt hij. 'Wat precies een workshop is weet ik niet,  maar gisteravond kreeg ik het advies van een vriend om een representatief verhaal voor te lezen.' En aldus geschiedt.  Hij vertelt over de roodgekraagde  vogel en een fotograaf die midden in de nacht tot zijn knieën in de bosvijver staat om één te worden met de natuur. 'Bent u niet bang, daar zo alleen?', vroeg hij de fotograaf. 'Nee, ik hoef niet bang te zijn want ik ben daar alleen', zei de natuurvriend. Of dit literatuur is weten we niet, maar literatuur vertelt je eigenlijk hetzelfde als je om je heen ziet, maar met een ander uitgangspunt. Hij legt ons uit dat er geen regels zijn voor het ZKV, dat het gaat om hoe de woorden zich tot elkaar verhouden, hoe ze zich als kralen aaneenrijgen.  Na een uurtje gewillig luisteren hebben wij de fijne kneepjes van het vak (schrappen, schrappen en dan nog eens schrappen òf heel langzaam schrijven) nog niet onder de knie, maar zijn we wel onder de indruk van mans ontwapenende vriendelijkheid.



De dag vindt zijn hoogtepunt in een diepte-interview met Arjan Peters (die van de Volkskrant recensies).
-Mag ik u wat vragen? Bent u Arjan Peters?
-Ja dat ben ik. (hij steekt zijn hand uit)
Ik schud zijn hand en schaapachtig lachend kijken we elkaar aan.
Ik ben erg blij met deze enerverende ontmoeting. Ik vrees dat dit heel veel over mij zegt...
Wanneer ik ook nog Herman Koch, Maartje Wortel, Arnon Grunberg en Eshter Gerritsen herken, en Kees van Kooten en Wim de Bie zelfs op de foto heb staan, zit ik zo boordevol indrukken dat ik weer genoeg dagen in Boxtel kan doorbrengen zonder mijzelf te beklagen over de verdorde culturele zandvlakte van Brabant.

En nu zelf aan de slag zodat ik volgend jaar ook door iemand gespot zal worden! Iemand uit Lochem of zo.



donderdag 3 mei 2012

heksenjacht

                                                                                                                                                                 Natuurlijk moeten de daders gestraft worden. En flink ook! Niemand mag zomaar straffeloos een juwelier vermoorden. Tot zover ben ik het met de Telegraaf en consorten eens. Maar sinds wanneer komen verdachten met naam en foto in de publiciteit? Waren we ooit niet van mening dat er een zorgvuldig proces aan de veroordeling vooraf zou moeten gaan? 

Ja maar, deze jongens hebben het gedaan, dat kon je zien en we weten dat ze schuldig zijn dus...

Dus wat? Zijn ze vogelvrij verklaard omdat er een camera een moord op een man in een stad registreerde?
Is dat rechtmatig bewijsmateriaal? Sinds wanneer? Heb ik iets gemist?

Ja maar, ze bekenden zelf dat ze het hadden gedaan...


Zijn er in het verleden niet vaker verwarde mensen geweest die schuld op zich namen voor iets waaraan ze part noch deel hadden?  Je kunt niet iemand opjagen, een verklaring laten afleggen en vervolgens op de brandstapel plaatsen. We zijn sinds de middeleeuwen toch iets zorgvuldiger geworden, mag ik hopen.

Ja maar, als die foto's en die namen niet bekend werden gemaakt, dan waren ze gevlucht...


Mensen zijn onschuldig totdat hun schuld is bewezen, zo hebben wij dat in Nederland afgesproken. Ze mogen gaan waarheen ze willen.

Ja maar, koelbloedige moord!...


Er worden dagelijks ongelooflijk veel mensen vermoord. Mag je bij koelbloedige moord op heksenjacht gaan? Mag het ook bij een crime passionnel? Mag het ook bij mishandeling? Bij een beetje mishandeling? Bij vermoedens van pedofilie? Bij burenruzie? Bij diefstal? Bij doorrijden na een aanrijding?

Ja, nou overdrijf je...


Nee, want waar houdt de urgentie op? Wanneer kun je verwachten dat je hoofd op een poster wordt verspreid en in de kranten op de voorpagina komt? Op twitter, facebook, 'Wanted: dead or alive' op het internet.
Zou de mate van beschaving evenredig zijn aan de rechtspraak? Dan komen wij er bekaaid vanaf!

dinsdag 24 april 2012

het kabinet is gevallen; mijn dag is goed


Soms zijn er momenten die wonderlijk lijken te ‘kloppen’. Het klopt omdat dat wat ik dacht zomaar opeens samenvalt met een beeld of een geluid dat zich uit het ogenschijnlijke niets aan mij openbaart.
Zo mijmerde ik gisteravond  in de auto, het regende en het asfalt glom donker en dreigend,  over de jongensnaam Tristan. Mocht ik ooit nog een zoon krijgen, wat op zich al een wonderbaarlijke gebeurtenis zou zijn, dan geef ik hem die naam.  Thuis deed ik de radio aan en hoorde ik de eerste, duidelijk verstaanbare zin: ‘Tristan is niet voor niets een historische naam…’  Nou ja! Was hij niet een toneelfiguur? Of is het een Bijbelse naam? Ik wil het niet weten, ik ga het niet opzoeken, want de magie van dit moment is mij dierbaar en meer feitelijkheden kunnen alleen maar afbreuk doen aan dit gevoel dat alles rond is en in evenwicht met mij en met elkaar. 
Deze ochtend, aan tafel met een boterham en een kopje koffie, lees ik in de Voetnoot van Arnon Grunberg hoe Rutte met de deuren slaat waardoor het hele Catshuis trilt. (Ik versta steeds Kotshuis, maar dit terzijde.) In gedachten zie ik hoe de trilling zich opbouwt en uitdijt en tenslotte als een tsunami het hele huis vernietigt. Nogal logisch dat het kabinet dan valt. Het zakt door zijn pootjes en alle laatjes en deuren vallen natuurlijk kapot. Hoe komt een kabinet eigenlijk aan zijn naam? En heeft een kabinet altijd pootjes? Zou een kast een metafoor kunnen zijn voor een bestuurlijk instituut? Dergelijke dingen kunnen mij nogal bezighouden terwijl ik in mijn koffie roer en de krant doorblader.  En nog geen fractie ( ook een bijzonder woord in deze context) later, om precies te zijn op bladzijde 6 van de Volkskrant, zie ik  13 prachtige kabinetten afgebeeld!

Het is een selectie van een tentoonstelling in het van Abbemuseum; zeer gedetailleerde aquarellen van Sara van der Heide. Zij tekende er elke dag één, sinds het aantreden van het kabinet.
O, wat gaat dit een mooie dag worden; een dag van geruststellende harmonie en van een vanzelfsprekend evenwicht tussen mij en de wereld om mij heen.

donderdag 12 april 2012

gedicht van lang geleden

Ja, je kunt wel zeggen dat het lang geleden begon. Eerst waren er mijn gedichtjes, deels gejat, maar altijd met een hevigheid en een theatraliteit waar ik me nu voor schaam. Rond 5 december werd de toon gelukkig wat luchtiger, maar de overige winterdagen waren toch voornamelijk aanleiding tot sombere, om niet te zeggen depressieve, bespiegelingen. Er was altijd wel een onbeantwoorde liefde of een peilloze eenzaamheid aan de orde.  Ook mijn eerste verhalen, rond mijn veertiende, getuigen van een schrijnend puberaal verlangen naar Het Echte Leven. Volgens mij zou dat leven een afspiegeling moeten zijn van de wereld van Sartre en Beauvoir; een intellectuele, artistieke Parijse subwereld, waarin veel Gauloises werd gerookt en tot diep in de nacht over het leven werd gefilosofeerd. Ach, wat was ik een benadeeld kind om in het duffe dorp Baarn op te moeten groeien. Ik schijn zelfs als lagere school kind al uitgeroepen te hebben 'ik heb een rotleven!'.
Wat ben ik dan eigenlijk nog goed terecht gekomen; geen goot, geen drank en drugs, geen eenzame dolende ziel maar eigenlijk stiekem heel erg gelukkig in een ander dorp.
En wat nog fijner is: ik kan eindelijk enigszins meewarig en met mededogen terugkijken op mijn eerste producten. Glimlachend bekijk ik mijn  gedichtjes, schetsen, verhalen, een aantal hoofdstukken van een boek, lijstjes van mooie woorden, overgetypte poëzie, boekrecensies, opstellen en mijn eigen schoolkrant-uitgeverij. Het zat er altijd al in. Net zo goed als dat de melancholie ook nooit helemaal verdwenen is.

 Een gedichtje van toen, van toen ik 15 was:

 

dinsdag 3 april 2012

stiftgedichten

http://issuu.com/irmauhlenbusch/docs/stiftgedichten_pdf

via deze link kom je op Issuu, waar je  de stiftgedichten kunt lezen die we op de cursus creatief schrijven van het Centrum voor de Kunsten in Eindhoven hebben gemaakt. Dat viel nog niet mee! (het lezen valt ook niet mee; vergroot het maar flink!)


Normaal gesproken heb je een leeg vel papier voor je, waaraan je zelf woorden toevoegt.
Nu heb je een krant voor je neus waarin je op zoek gaat naar woorden die tezamen een gedicht moeten gaan vormen. 
De inhoud van het artikel leidt af, maar zelfs uit een recept is nog een prachtig stukje poëzie te halen. 


Men neme één krant, één dunne zwarte stift en één dikke zwarte stift. 


Hoe doe je het?
1. teken met een dunne zwarte stift een vakje om het woord, of de woorden, die je aanspreken.
2. beperk je zoekgebied tot hooguit drie kolommen.
3. zoek woorden die samen een bepaald thema vormen.
4. om er een gedicht van te maken heb je verbindende woorden nodig, soms zijn dat letters die samen dat woord gaan vormen. Maar letters vallen vaak weg in het totaalbeeld, dus probeer zo min mogelijk om op deze manier woorden te vormen.
5. kijk of de leesrichting nog steeds klopt.
6. pas als je heel zeker weet dat  alle woorden die je nodig hebt,  omkaderd zijn, dan kun je met een dikke zwarte stift de rest wegstrepen. Laat daarbij een stukje wit over tussen de kolommen!


Zoals je ziet bij de gedichten die we tijdens de les hebben gemaakt, is het belangrijk om netjes te werken. Een zwarte streep over die ene 'e' is echt jammer!

maandag 2 april 2012

Ga je mee?

Dit is dan de advertentie waarop ik zo heb zitten zwoegen. Misschien wordt het tijd voor een cursus  Moderne media?
In Frankrijk zullen we gelukkig meer ambachtelijk schrijven, knippen en plakken. Heerlijk om me er alvast op te verheugen. Mijn hoofd gloeit van de ideeën! Nu maar hopen dat (minimaal) 6 mensen zich inschrijven. De eerste twee staan genoteerd, dat is een hoopvol begin.











































































donderdag 22 maart 2012

zwemmen of verzuipen


Dit wil ik even kwijt nadat ik de hele dag aan de pc heb zitten knoeien terwijl buiten de zon scheen en de ribes zijn bloemen aarzelend aan de lucht prijsgaf. De hele dag voor joker gewerkt; error en nog eens error kreeg ik op het scherm. Linksom geprobeerd, rechtsom via een sluiproute, frontaal en niet bepaald zachtzinnig benaderd, maar dit hele computergebeuren  bleef voor mij abracadabra. Ik zou wel even met Indesign een advertentie opmaken...nou, niet dus. Geen enkel design vandaag; ik schrijf en ik fotografeer, maar allebei tegelijk wil deze dag echt niet lukken.

Ach, ik ben een vis, ik zwem met de stroom mee en morgen, als de zon weer schijnt, ga ik op mijn rug rondjes zwemmen in de vijver en tegelijk tweezijdig flapperen met mijn vinnen.  Knap hè?!

zondag 18 maart 2012

what the hell!

In mijn vroege kinderjaren is het misgegaan. Ondanks herhaalde waarschuwingen van mijn moeder is er toch een scheefgroei ontstaan. Ik weet nog hoe ik vol enthousiasme begon aan mijn eerste breiwerk. Ik had een prachtige trui in gedachten, met veelkleurige motieven. 'O, wat mooi!', zouden de kinderen uit de klas uitroepen. 'Heb jij dat zelf bedacht en zelf gemaakt?'
'Ach ja, ' zou ik dan achteloos antwoorden en me welwillend wentelen in adoratie.
Maar al na zes pennen zou ik steken laten vallen. 'Overnieuw!', zei mijn moeder. 'Beter ten hele gekeerd, dan ten...' Ja , ja, dacht ik dan en vervolgens deed ik nee, nee. Met een mengelmoes van onverschilligheid en verbetenheid breide ik door, terwijl ik wist dat het niet goed zou komen. De trui werd helemaal niet mooi en zat ook niet lekker. In de oksel trok de hele mouw scheef en bij de kraag zaten gaten waardoor je mijn hemd kon zien. 
Later, in mijn studententijd, heb ik menig huis opgeknapt. Nou ja, opgeknapt...ik heb geklust. Ik zou wel eens een mooi paleis van ons kraakpand maken. Vol enthousiasme plakte ik de eerste baan behang tegen de muur. Een beetje scheef, dat zag ik ook wel. En een kiertje van een paar millimeter werd bij baan vijf een lelijke grote kloof. Nou ja, zo is het toch ook goed. In ieder geval beter dan het was... Voor schilderen gold hetzelfde. Al in de eerste laag zat een haar uit de kwast. Een grote, harde haar die precies op ooghoogte zat. Toch schilderde ik laag twee er overheen, wetende dat de haar zichtbaar zou blijven.Verwachtte ik een deus ex machina waardoor de haar spoorloos zou zijn verdwenen bij de laatste verfstreek? Niet dus. Nou ja, hangen we daar toch een schilderijtje.
Breien, schilderen, behangen, schrijven, soep maken, hebben allemaal met hetzelfde mechanisme te maken. In het onderwijs herken je dit gedrag bij de zogenaamde onderpresteerder; een perfectionist onder een deken van nonchalance. Ze halen zesjes omdat ze tienen willen scoren. Wanneer de tien slechts een negen een acht of een zeven dreigt te worden, dan raffelen ze het werk af. In de psychologie kennen we dit fenomeen als het 'what the hell' effect. Een perfectionist begint aan de klus en hij wil daarin uitblinken. Wanneer het niet zo goed gaat worden als hij wil, dan stelt hij  noodgedwongen zijn eisen bij om het voor hemzelf toch dragelijk te maken. 'Het was toch niet zo belangrijk', of 'dit is maar de oefenfase', of een andere geruststellende cognitieve constructie, houdt hem op de been. 
Gisteren hoorde ik Peter Buwalda vertellen over de periode waarin hij 'Bonita Avenue' schreef. Vier jaar lang heeft hij aan zijn werk geschaafd. Vier jaar lang heeft hij hoofdstukken herschreven totdat hij tevreden was. Zo heeft hij de roman geschreven waar hij nu terecht trots op is. Dat betekent dat hij de eerste pennen weer heeft uitgehaald, de eerste scheve baan eraf heeft getrokken, haren heeft verwijderd, hobbeltjes en bobbeltjes heeft gladgestreken totdat hij echt de woorden vond die hij bedoelde. Kom op Irma, denk ik dan, kom uit de spaarstand en Werk Geconcentreerd en Gedreven! Hoog leggen die lat en hoog houden!

Dit blog is misschien een beetje warrig geworden en geeft ook niet precies weer wat ik eigenlijk bedoel, maar ja, what the hell, het is maar een blog.

vrijdag 9 maart 2012

tabula rasa?


 Hè, hè, ze zijn de deur uit. En nu maar hopen dat ze goed terecht komen. Ik heb mijn best gedaan en tot het allerlaatste moment geprobeerd om de puntjes zorgvuldig op de i te zetten. Ik hoop dat ze hun weg vinden, zonder al te veel correcties. Ze zijn natuurlijk allang geen onbeschreven blad meer, toch was er ooit wel sprake van een tabula rasa. Hoewel;
ze zijn ontsproten aan mijn gedachtegoed en mijn signatuur staat er duidelijk in verweven. Nature- nurture is hier geen vraag meer; ik ben een product van de wereld om mij heen en daarmee kleur ik ook mijn omgeving en mijn creaties. Jan Arends heeft dat mooi verwoord in zijn  gedicht:
Er denkt
in mij
wat niet van mij is.
Als ik denk
denk ik behoedzaam
met het andere mee.
Wat ik
van verstand vind.
Het is
wat ik van het leven
begrepen heb
dat in mij denkt.

Vanochtend lagen de ze nog bij mij op de keukentafel. In elke zachtgele enveloppe een exemplaar van mijn manuscript, mijn kind, mijn gebroed. Nu liggen ze elk op een bureau van een uitgever. Iemand gaat het lezen, een alinea, een flard uit het midden, dan terug naar het begin of haastig bladerend naar de laatste pagina. ‘Is het wat?’, vraagt een collega. ‘Hm, ‘k weet nie’, zegt de redacteur, ‘lees jij ‘t eens.’
Zo worden op vijf uitgeverijen de komende tijd mijn enveloppen uitgepakt en al dan niet te licht bevonden. En ik zal thuis wachten. Eerst een paar dagen (ze vinden het geweldig, ze kunnen elk moment bellen en vragen of ik onmiddellijk kan komen), dan een paar weken (ze hebben het heel druk en ze willen het toch zorgvuldig beoordelen, ze zullen nu wel snel mailen), of ik wacht wel vier maanden ( het is helmaal niets, waardeloos, een blamage, wie denk ik wel dat ik ben, tuurlijk laten ze daarom niets horen).
een tip van de sluier ;-)
‘Beste uitgever’, zo zou ik het liefst in een bijlage schrijven, ‘wees genadig; dit kind verdient een eerlijke kans, het heeft 'n prachtige kern ook al oogt het misschien wat oppervlakkig. U moet er misschien even aan wennen maar dan zult u het goud royaal kunnen delven!’
Maar ja, een kind moet je loslaten, zeggen ze en of je project geslaagd is, weet je soms pas jaren later als het allang geen tabula rasa meer is!

   

dinsdag 6 maart 2012

creatief schrijven

Hoera, ik heb van Tineke Lemmens een Award gekregen omdat ik net als zij een blog startte en 'iets creatiefs' doe. Creatief zijn heeft vele gezichten en de lessen 'creatief schrijven' zijn vaak een samenraapsel van verschillende disciplines. Nee, het gaat niet over kalligrafie, niet over schoonschrijven, maar over de manier waarop je woorden kunt geven aan de beelden in je hoofd. Door vrije en door geleide associaties kun je in de zijstraten van je gedachten komen en borrelen zinnen op die je van tevoren nooit bedacht zou hebben.


Is dat dan nodig?


Nee, als je iemand bent die aan de computer of met de pen in de hand voldoende inspiratie heeft, dan heb je geen creatieve opdracht nodig. Mits je tenminste tevreden bent over je tekst. 
Maar ben je geneigd om vast te lopen, om te luisteren naar dat irritante stemmetje in je hoofd dat alsmaar fluistert 'dit is niet literair genoeg', 'dit is niet origineel' of ' alle andere schrijvers kunnen het veel beter', dan kun je baat hebben bij een opdracht die je vrij maakt van oordelende gedachten.
Heb je al een eerste idee over je onderwerp, bijvoorbeeld een verhaal schrijven over de vriendschap tussen een boer en zijn oudste koe, dan kun je door Free Writing op ideeën komen om het verhaal een wending te geven. De Amerikaanse Nathalie Goldberg heeft hierover een boek  geschreven 'Schrijven vanuit je hart', waarin ze uitlegt hoe je blokkades kunt vermijden of doorbreken door jezelf toe te staan om 10 minuten te schrijven zonder jezelf te censureren. Alles is goed. Je schrijft door zonder te letten op grammatica, op interpunctie of andere spelling regels. Je schrapt niets, je corrigeert niets. Laat je gedachten de vrije loop; je hoeft ze alleen maar te volgen. Wanneer de woordenstroom stokt, ga je direct weer verder met de eerste zin, bijvoorbeeld ' Boer heeft een koe.' Je kunt ook schrijven 'ik weet niet waar ik over moet schrijven' omdat dat je gedachte op dat moment is, maar bij mij levert dat niet echt een nieuwe invalshoek op.  Probeer niet logisch te schrijven, niet te denken dat B moet volgen op A. Er moet helemaal niets. 


En dan heb je na 10 minuten een brij van woorden die je echt niet wil voorlezen?


Dat klopt. Dat moet ook helemaal niet. Maar je zult merken dat de gedachtestroom op gang is gekomen en dat er zelfs misschien wel mooie woorden of mooie zinsdelen op papier zijn gekomen waarmee je verder kunt. Vanuit een nieuw perspectief, vanuit een steegje waar je nog nooit eerder was.
Probeer het eens en laat jezelf verrassen. Gewoon de TomTom uitzetten en starten!